Borstcompressies
Wanneer je tijdens de controles hebt gemerkt dat het slachtoffer bewusteloos is en geen adem meer haalt start je zo snel mogelijk met de reanimatie. Allereerst begin je met borstcompressies. Met borstcompressies probeer bloed rond te pompen. Het drukken op de borstkas zorgt voor een gesimuleerde pompfunctie.
Omdat je de borstkas goed in moet kunnen drukken moet het slachtoffer op een harde ondergrond liggen. Een matras van een bed of autostoel is te zacht en het slachtoffer moet dan op de grond gelegd worden. Een grasveld kan wel.
Hoe voeren we borstcompressies uit:
- Plaats een hand op het midden van het borstbeen.
- Plaats de andere hand op de eerste. Je kunt ervoor kiezen om de vingers van deze hand in die van de andere te haken. Zo voorkom je dat je druk op de ribben kan uitvoeren. Druk ook niet op de bovenstreek van de buik of op het bovenste deel van het borstbeen.
- Ga nu met je schouders boven het slachtoffer hangen. Strek je armen en zet je ellebogen “op slot”.
- Druk met gestrekte armen de borstkas in. Voor een effectieve druk moet de borstkas 1/3 ingedrukt worden. Bij volwassenen is dit minimaal 5cm en maximaal 6cm.
- Laat elke keer de borstkas goed omhoog komen. Let op dat je niet op het slachtoffer blijft leunen. Een handige truc hierbij is je voeten iets van de grond te houden. Zorg ervoor dat je handen niet helemaal los komen van het slachtoffer omdat je dan gaat schuiven.
- Er moeten 30 compressies achter elkaar gedaan worden in een tempo van minimaal 100 en maximaal 120 per minuut. Het indrukken en “loslaten” van de borstkas moet in hetzelfde tempo gaan.
Door 30 compressies achter elkaar te doen wordt druk opgebouwd. Voorheen was een sessie 15 compressies. Onderzoek heeft uitgewezen dat na 7 compressies genoeg druk is opgebouwd voor verplaatsen van bloed. Er waren dus ongeveer 8 compressies effectief. 30 compressies achter elkaar zijn veel effectiever omdat er dan ongeveer 23 effectief compressies zijn.
Om de frequentie van minimaal 100 per minuut te kunnen vasthouden zijn een aantal trucjes. De eerste is gewoon tellen op de volgende manier: een en twee en drie en vier en vijf en zes … en elf en twaalf, dertien, veertien, enz. In het begin tel je steeds met en tussendoor. Bij dertien en verder bestaan de getallen uit 2 lettergrepen. Daarom laat je daar de “en” weg. Je kunt ook in gedachte het liedje “staying alive” van de beegees of “altijd is kortjakje ziek” zingen. Deze 2 liedjes hebben precies het goede tempo voor de borstcompressies.



