Beademen
Ademhalen is nodig om zuurstof in en kooldioxide uit het bloed te laten. Het bloed transporteert de zuurstof door het hele lichaam. Stopt de ademhaling of de bloedcirculatie dan wordt er geen zuurstof of kooldioxide meer getransporteerd. Ook de vitale organen (hersenen, hart, longen) krijgen geen zuurstof meer en er beginnen cellen af te sterven. Als een slachtoffer niet meer zelf ademt moet deze functie ondersteunt worden. Hiervoor gebruiken we de techniek van het beademen.
Mond-op-mond beademing
- Maak strak zittende kleding los.
- Leg een hand op het voorhoofd en voer de kinlift uit (hetzelfde als bij ademhaling controleren)
- Van de hand die op het voorhoofd ligt gebruik je duim en wijsvinger voor het dicht knijpen van de neus van het slachtoffer.
- Adem normaal in en sluit je mond goed om de mond van het slachtoffer. Denk aan het happen in een appel maar dan zonder tanden te gebruiken.
- Blaas gedurende 1 seconde gelijkmatig lucht in de longen van het slachtoffer. Kijk tijdens het inblazen of de borstkas iets omhoog komt.
- Haal je hoofd omhoog, hou de handen op de zelfde plek en kijk of de borstkas weer zakt. Als dit gebeurt is herhaal je stap 4 en 5.
Mond-op-neus beademing
Bij mond-op-neus beademing beadem je niet zoals hierboven door je mond over de mond van het slachtoffer te zetten maar sluit je de mond van het slachtoffer door de duim van de hand die de kinlift uitvoert (hou deze vast) over de mond te leggen. Je mond plaats je over de neus die je nu natuurlijk niet dicht drukt. Ook nu blaas je 1 seconde in. De rest van de handelingen zijn hetzelfde.
Mond-op-stoma beademing
Soms kun je een slachtoffer tegenkomen die een halsstoma in de nek heeft. Door een
operatie aan de keel is het strottenhoofd en de stembanden verwijderd. Meestal gebeurt dit
na een operatie aan een gezwel. De luchtpijp wordt verbonden met een kunstmatige opening.
Meestal wordt dit om hygienische rede afgedekt.
De gevolgen voor een slachtoffer die deze ingreep heeft gehad zijn dat er niet meer
door de mond en neus gehoest of geademd wordt. Ook kunnen deze mensen niet normaal meer
praten. Zij hebben een elektronische versterker of kunnen spreken door een speciale
slokdarmspraak techniek.
Ook deze mensen kunnen tijdens een reanimatie beademd worden. Alleen is er geen
verbinding tussen neus, mond en luchtpijp. Beadem daarom via de halsstoma.
- Kantel het hoofd achterover om de nek aan keelzijde te strekken.
- Plaats de mond over de stoma en blaas lucht in.
Blijf na een beademing bij een slachtoffer die een gas ingeademd heeft niet boven de mond hangen anders kun je het gas wat uit de longen komt zelf inademen. Krijg je geen lucht ingeblazen probeer dit dan niet meer dan 2 keer. Voer daarna een mondcontrole uit. Bij teveel lucht inblazen kan met de snelle kantelmethode voorkomen worden dat er braaksel in de longen komt.



