Vergiftiging
Vergiftiging kan op 3 manieren. Dit kan via een vaste stof, een vloeibare stof, of via een gas. Voorbeelden van een vaste stof zijn medicijnen, drugs, bepaalde planten of vaatwastabletten. Vloeibare stoffen zijn vloeibare medicijnen, allesreiniger, gootsteenontstopper of alcohol en voorbeelden van gassen zijn chloorgas, uitlaatgassen of rook.
Ook zijn giftige stoffen te verdelen in bijtende stoffen, petroleumproducten en overige stoffen. Voorbeelden van deze onderverdeling zijn bij bijtende stoffen: vaatwastabletten, gootsteenontstopper of verf-afbijt. Bij petroleumproducten: lampenolie, wasbenzine of meubelolie. Onder overige stoffen vallen dan de stoffen die niet onder de andere twee te verdelen zijn bijvoorbeeld: medicijnen of bepaalde planten.
Deze stoffen kunnen op verschillende manieren werken. De vergiftiging kan via de huid, door inslikken en door inademen. Dit is natuurlijk afhankelijk van de stof. Sommige stoffen kunnen ook op meerdere manieren vergiftigen. Ook de mate waarin ze giftig zijn loopt uiteen van bijna niet, tot dodelijk. Het is onmogelijk om alle stoffen en hun bijwerkingen te kennen. Het is daarom belangrijk om de etiketten of verpakkingen goed te lezen en te bewaren. Zo ken je de gevaren van de stof en weet je wat je moet doen als er toch iets fout gaat.


